U gebruikt een verouderde browser. Wij raden u aan een upgrade van uw browser uit te voeren naar de meest recente versie.

(Schrijvers over) Bijna dood ervaringen

 

In de jaren tachtig van de vorige eeuw kwam er een enorme omslag in het denken en schrijven over leven na de dood. Het waren niet langer de theologen, dichters of zieners maar artsen en wetenschappers, en later ook steeds meer de ervaringsdeskundigen die er over publiceerden of onderzoek naar deden. Daarbij wordt dr. Moody vaak als eerste genoemd, maar dr. Elizabeth Kübler Ross was hem voor en schreef ook een voorwoord in zijn eerste boek. En ook al kwamen ze met gedegen onderzoekcijfers, toch werden ze in hun eigen vakgebied of door journalisten zelden serieus genomen. 

'Naar mijn mening', verklaarde Kübler-Ross in een interview, 'is degene die zijn ontdekkingen deelt en uitlegt hoe hij tot zijn conclusie is gekomen, wetenschappelijk eerlijk. Ze zouden gelijk hebben om me te wantrouwen en me zelfs van prostitutie te beschuldigen als ik alleen maar zou publiceren wat het publiek behaagde. Het is niet mijn bedoeling om iemand te overtuigen, laat staan te bekeren. Ik ben van mening dat mijn werk bestaat uit de overdracht van onderzoek. Degenen die er klaar voor zijn, zullen mij geloven en degenen die dat niet zijn, zullen argumenten bouwen op rationalisatie en pedanterie.'

Dat was meestal anders bij het gewone publiek. De boeken werden in vele talen vertaald en heel veel verkocht. Het ging om ervaringen die gek genoeg juist het gevolg waren van de voortschrijdende wetenschap. Er ontstonden mogelijkheden om mensen te reanimeren, de apparatuur in ziekenhuizen verbeterde sterk - én zo nu en dan leerden artsen zowaar om naar hun patiënten te luisteren en hun verhalen over gebeurtenissen tijdens een hartstilstand serieus te nemen. 

 

Dr. Raymond A. Moody

Het boek 'Life after life' van A. Moody verscheen in 1975. Het werd in 15 talen vertaald en 10 miljoen exemplaren zijn er van verkocht. Moody werkt een aantal interviews uit met mensen die zeggen een 'bijna dood ervaring' te hebben gehad: hij is ook degene die deze term introduceert. Volgens Moody zijn er een aantal karakteristieken, die weliswaar niet allemaal in ieder verhaal terugkomen, maar wel geregeld terugkeren. Let wel, dat schreef hij in een tijd toen er nog nauwelijks iets over bekend was en mensen elkaar niet na konden praten. Hij onderscheidt:

- Telkens wordt herhaald dat wat hij/zij heeft meegemaakt eigenlijk niet in menselijke taal kan worden uitgedrukt.

- Het dringt door dat hij/zij gestorven is

- Hij/zij voelt geen pijn meer, is ontspannen en kalm

- Ergens van dichtbij klinkt een geluid

- Hij/zij verlaat het lichaam maar is nog wel aanwezig, en observeert wat er rondom gebeurt

- Hij/zij gaat door een soort tunnel 

- Reeds overleden familieleden of geestelijke wezens verschijnen om te helpen

- Aan het eind van de tunnel is een schitterend licht

- Hij/zij herbeleeft het aardse leven tot in de kleinste details

- Hij/zij stuit op een grens - en vindt zichzelf plotseling terug in het lichaam

- Vol van deze ervaringen wil hij/zij het verhaal vertellen, maar wordt niet serieus genomen. Denkt vervolgens dat hij/zij de enige op de hele wereld is die zoiets heeft meegemaakt, en zoekt naar informatie om het te leren begrijpen

- Hij/zij is niet langer bang voor de dood.

 

1500 Hieronymus Bosch1500 Hieronymus BoschEen wat langer citaat uit de Nederlandse vertaling 'Leven na dit leven' van Moody, 1977: 

Gevoelens van eenzaamheid verdwijnen naarmate de stervende dieper in zijn 'doods' ervaring  geraakt. Want op een gegeven moment komen er anderen naar hem toe om hem in zijn overgang bij te staan. Deze kunnen de vorm aannemen van andere geesten, vaak die van overleden familieleden of vrienden van de stervende. In een groter aantal gevallen verschijnt echter een geestelijk wezen van een heel andere aard. ... Wezens die kennelijk aanwezig waren om hen de overgang naar de dood gemakkelijk te maken, of, in twee gevallen, om aan hen te vertellen dat het hun tijd nog niet was om te sterven en dat ze in hun stoffelijke lichaam moesten terugkeren. ...

Enkele mensen geloven dat de wezens die zij ontmoetten hun 'beschermgeesten' waren. Eén man kreeg van zo'n geest te horen: 'Ik heb je in deze fase van je bestaan bijgestaan, maar nu geef ik je in andere handen.' Een vrouw vertelde me dat ze, eenmaal buiten haar lichaam, de aanwezigheid van twee andere onstoffelijke wezens ontdekte, die zich voorstelden als haar 'geestelijke helpers'. 

 

 Vervolgonderzoeken:

In 1977 kwam de cardioloog Maurice Rawlings met een soortgelijk onderzoek, maar bij hem spelen ook ervaringen in de hel een rol. Hij bekeerde zich tot een vorm van evangelisch christendom en maakte er meer een soort bekeringsboodschap van. In 1982 verscheen een boek van prof. Kenneth Ring, 'Life at death', die ruim 100 mensen interviewde. Hij beperkte zich tot vijf stadia:

- een ervaring van vrede en rust (60%)

- scheiding van het fysieke lichaam (37%)

- het komen in de donkere tunnel (23%)

- een visioen van het Licht (16%)

- opgaan in het Licht (10%).

Ongeveer tegelijkertijd verschenen nóg twee boeken: 'Recollections of death' van de cardioloog Michael Sabom, en 'Adventures in immortality' geschreven door George Gallup Jr, die kon putten uit de gegevens verzameld door zijn bedrijf die opiniepeilingen deed. Hij ontdekte door navraag dat zo'n 5 tot 15% van de Amerikanen iets buitengewoons beleefd had. Voor hem was de belangrijkste ontdekking dat deze mensen zich na hun dood omringd voelden door onvoorwaardelijke liefde.

In alle onderzoeken (we noemen ze niet allemaal) valt op dat er nauwelijks overeenkomsten zijn tussen mensen met een dergelijke ervaring. Nationaliteit, leeftijd, ras, sekse, godsdienst: het kan iedereen overkomen. 

De kinderarts dr. Melvin Morse leidde ook een onderzoek. Hij concludeert dat het onmogelijk is, dat een dergelijke ervaring opgeroepen wordt door teveel medicatie. 

Hij onderscheidt ook twee soorten van ontmoetingen met een Hoger Wezen: ten eerste een visioen kort voor de laatste adem wordt uitgeblazen en ten tweede een ontmoeting rond de tunnelervaring. Beide zijn niet medisch of wetenschappelijk te verklaren.