U gebruikt een verouderde browser. Wij raden u aan een upgrade van uw browser uit te voeren naar de meest recente versie.

LOUIS FIGUIER (1819 - 1894)

 

De Franse wetenschapper Louis Figuier, getrouwd met de schrijfster Juliette Bouscaren, studeerde scheikunde, natuurkunde en medicijnen, en publiceerde van 1857 tot zijn dood een jaarboek met alle wetenschappelijke en industriële nieuwigheden. Daarnaast schreef hij nog een aantal populair wetenschappelijke boeken. Eén thema was het leven na de dood. Hij was er van overtuigd, zoals velen in zijn tijd, dat ook dit onderwerp op een wetenschappelijke manier onderzocht en beschreven kon worden. Dat zijn methode wel eens misliep, blijkt uit de manier waarop hij in een ander boek de ontwikkeling van de mensheid beschreef, waarbij zijn eigen blanke mannelijke soort uiteraard een toppositie innam. Het was de tijd van de evolutietheorie van Darwin (1859) die ook door Figuier enthousiast werd ontvangen en verder uitgewerkt. Maar zoals iedereen kennen ook wetenschappers zo hun vooroordelen en onbewuste aannames. Zo heeft Figuier ook laatdunkend commentaar op de opkomende beweging van spiritisten, van mediums moet hij niets hebben. Hij schrijft daarover:

 

'Men geeft den naam van spiritisten aan de voorstanders van een nieuw bijgeloof, omstreeks het jaar 1855 uit Amerika naar Europa overgewaaid als uitvloeisel van het ziekelijke geloof in de tafeldans. Het spiritisme verbeeldt zich naar luim en willekeur zielen van afgestorvenen, van grote mannen of van hun betrekkingen en vrienden, op aarde te kunnen doen nederdalen. Zij roepen de geest van Socrates en Confucius op met hetzelfde gemak als die van hun vader of grootvader, en in hun eenvoudigheid wanen zij aan die geesten vragen te kunnen doen en hun antwoord te verlangen. Een zogenoemd medium dient als tussenpersoon tussen degene die de geest oproept en die geest zelf. Dat medium schrijft onder invloed van een zinsbegoocheling onbewust de antwoorden op door de opgeroepen geest gegeven, of liever, dat medium schrijft alles op wat door zijn verward brein gaat. En hij meent ter goedertrouw op te schrijven wat hem uit een andere wereld wordt medegedeeld. De omstanders nemen die antwoorden aan als mededelingen van gene zijde van het graf, hoewel het niets is dan opgekomen in de hersenen van een onwetend medium.'  (uit 'Leven na Sterven..'). De spiritualisten komen in het volgende hoofdstuk nog uitgebreid aan bod. Het idee van concreet persoonlijk contact met hogere wezens, en dan ook nog via ordinaire niet-wetenschappelijk gevormde mensen, vervulde Louis duidelijk met afgrijzen... 

 

Uit 'Leven na sterven. Het toekomstig leven volgens de wetenschap beschouwd' Oorspr. titel: 'Le Lendemain de la mort ou La vie future selon la science' (1872)

 

 

'Ons inziens bestaat de enig mogelijke oplossing van het vraagstuk aangaande het eigenlijke wezen van de mens in het aannemen van drie bestanddelen; 1) het lichaam, het stoffelijke gedeelte; 2) het leven of de levenskracht; 3) de ziel of hetgeen men kan noemen inwendige zin. ’ Men wacht zich de ziel te verwarren met het leven, een misvatting van materialisten en van sommige minder nadenkende wijsgeren. Er bestaat een wezenlijk onderscheid tussen ziel en leven. Het leven kan ophouden te bestaan, de ziel daarentegen is onsterfelijk; het leven is een voorbijgaande toestand, onderworpen aan verzwakking en vernietiging, terwijl de ziel daarboven verheven en voor de dood onbereikbaar is. Evenals warmte en electriciteit, zo is ook het leven een kracht, door verschillende oorzaken voortgebracht; het heeft zijn begin en zijn einde, en dit einde is onherroepelijk. De ziel daarentegen heeft geen einde. Men kan de mens aanduiden als een wezen, bestaande uit een aanvankelijk ontwikkelde ziel, gehuisvest in een levend lichaam. Deze omschrijving leidt ons tot het juiste inzien waaruit eigenlijk het sterven bestaat. Het sterven. de dood, ontbindt de vereniging van het lichaam met de ziel. Deze vereniging houdt op wanneer het lichaam ophoudt de zetel der ziel te zijn.'

 

Verderop noemt Figuier nog een paar collega-wetenschappers, die al eerder met dit onderwerp bezig waren...

'Gelijk wij het vorige hoofdstuk eindigden met enige zinsneden van Ch. Bonnet*, de eersten natuurkenner die een voorgevoel gehad heeft van de gedaantewisselingen der menschelijke ziel in het toekomende leven, zoo besluiten wij dit hoofdstuk met de woorden van één van zijn tijdgenooten, die dezelfde leer met veel talent heeft verdedigd. Wij bedoelen Dupont de Nemours**, die zich aldus uitlaat over de mogelijke gemeenschap tussen ons en die hogere wezens, onzichtbare bewoners van andere werelden, die hij engelen of geniussen noemt. 'Waarom dragen wij geen onbetwistbare kennis van die wezens, welker bestaan ons alleen door redenering en gevolgtrekking verkondigd wordt? Waarom weten wij zo weinig van wezens, die ons gewis overtreffen in volkomenheid, macht, ontwikkeling, gelijk wij de laagste dieren en planten ver te boven gaan? Van wezens, onder welke gewis evenzeer grote verscheidenheid en trapswijze opklimming bestaat als wij die bij de aardse schepping opmerken? Van wezens, onder welke er velen kunnen zijn die zich aan ons hechten, gelijk wij aan onze huisdieren? Van wezens, die wellicht van de ene planeet naar de andere, zo niet zelfs van het ene zonnestelsel naar het andere trekken met nog meer gemak dan wij van Brest naar Madagaskar? De reden ligt eenvoudig hierin, dat wij niet voorzien zijn van de gewaarwordingsmiddelen die nodig zouden zijn om in betrekking tot hen te staan. Werelden sluiten zich aan werelden, bevolkt met redelijke wezens van verschillende rangen, allen bestaande uit ene stof, door God meer of minder rijk toegerust en levend gemaakt. Zulks is waarschijnlijk, en tegenover nadenkenden die moed genoeg hebben om stoute gedachten te voeden, durf ik beweren dat het inderdaad aldus is.'

Blz. 108 e.v., over een doorgaande ontwikkeling: 'Wij zeiden vroeger: 'de dood is geen einde, maar een overgang; wij sterven niet, maar ondergaan een gedaantewisseling.” Thans voegen wij er bij: 'de geboorte is geen begin, maar een voortzetting. Geboren worden is geen aanvangen. maar een voorafgegaan bestaan voortzetten.' Er bestaat dus, zal men nauwkeurig spreken, voor het mensdom noch geboorte noch dood; slechts een aaneengeschakelde reeks van bestaanvormen. aanvangende in de zichtbare wereld, in de onzichtbare zich onttrekkende aan onze blik.'

En ten slotte: 

'Volgens de denkbeelden die wij in het begin van dit geschrift hebben ontwikkeld, ondergaat de aardse mens na zijn dood een heerlijke gedaantewisseling. Terwijl hij zijn ellendig stoffelijk hulsel hier beneden laat, verheft zich zijne ziel in de ruimte, treedt in een nieuw wezen van oneindig fijner bewerktuiging, van veel groter zedelijke volkomenheid dan op aarde. Hij wordt hetgeen wij het bovenaardsche wezen genoemd hebben. Indien dit beginsel van de mens der aarde geldt, dan doet het zulks evenzeer van de planeet-mens, aangezien de 'bovenaardse wezens' niet enkel ontstaan uit de redelijke bewoners der aarde, maar ook uit die van de andere planeten. 

De bovenaardse wezens ontstaan derhalve uit menselijke zielen die hebben geleefd, ’t zij op den aardbol, ’t zij op Mercurius, of Jupiter, of Venus, of Saturnus enz. En evenals het bovenaardse wezen dat van de aarde afkomstig is, overgaat in de ether die de aardbol omgeeft, zoo gaat ook de ziel van het redelijke wezen dat op Mars, op Mercurius, op Jupiter enz. leefde, over in de ether die zijn planeet omringt, neemt intrek in een bovenaards (hier boven-Mars, boven-Jupiter enz.) wezen en leeft in die gedeelten van de ether welke zich nabij de door hem verlaten planeet bevinden. Aldus gaan de beginselen die wij voor het mensdom der aarde aannamen, in algemener vorm over bij toepassing op alle redelijke wezens van al de planeten. Het is niet alleen de aarde die de hogere ethergewesten bevolkt, maar die etherwezens komen er aan van al de hemellichamen die met onze aarde het zonnestelsel uitmaken.'

 

* de natuurkundige en filosoof/psycholoog Charles Bonnet (1720-1793) uit Genève. Er is een syndroom naar hem genoemd: hij beschreef in 1769 voor het eerst een bepaald soort hallucinaties bij ouderen. 

** Pierre Samuel du Pont de Nemours (1739-1817) was een bekende Franse econoom, die na de revolutie in 1799 met zijn gezin naar Amerika vluchtte. (Zijn zoon was oprichter van het bedrijf DuPont.) Hij schreef 'Filosofie van het universum'. 

Charles BonnetCharles Bonnet

 

Pierre DupontPierre Dupont