U gebruikt een verouderde browser. Wij raden u aan een upgrade van uw browser uit te voeren naar de meest recente versie.

www.rinirikkert.nl

ENGELEN IN DE KERKGESCHIEDENIS

 

Engelen - geschiedenis?!

 

Het is een algemeen aanvaard feit, dat mensen al vanaf het moment dat wij iets van ze kunnen weten, in bovenaardse wezens geloofden. Wil je daar meer over weten, en ga je daar allerlei boeken over lezen, dan merk je al snel dat er twee manieren zijn om erover te schrijven: óf je schrijft vanuit een bepaald geloof, waarbij je bijvoorbeeld alles wat er in de bijbel staat over engelen als feit beschouwt. Je kan het als schrijver ook compleet wetenschappelijk houden – en dan beschrijf je puur een ‘cultuurgeschiedenis’… dat wat de mensen over het bovenaardse gezegd hebben. Beide uitgangspunten leiden tot een éénzijdige benadering. Een wetenschapper kan niet verklaren dat engelen bestaan, want dat valt met zijn wetenschappelijke methode niet te bewijzen. Hij zal zich dus noodgedwongen moeten beperken tot wat er over geschreven en gezegd is en het presenteren als ideeën, of legenden, of (sinds de vorige eeuw) psychologische overdracht. Heel nuttig allemaal, want die kanten zit er ook zeker aan. Een geschiedenis van engelen is onlosmakelijk verbonden met mensen, wat ze erover zeggen en eraan beleven. Maar wat doe je als je wél in het bestaan van engelen gelooft? Ga je dan alles voor ‘waar’ aannemen wat erover gezegd wordt? Of in ieder geval wat erover gezegd wordt in jouw eigen gelovige kringen? Of juist ontkend? Wie meer wil weten over engelen en gaat zoeken op internet struikelt al gauw over allerlei pertinente beweringen, die stammen uit de koker van zo’n geloofscirkel. Wat ze er niet bij vertellen. Heel verwarrend allemaal.  

 

Malcolm Godwin worstelt in zijn boek ‘Engelen, een bedreigde soort’ met hetzelfde probleem. Hier dikt hij de historisch-wetenschappelijke benadering even extra aan:

De evolutie van het idee van een bijzonder, angeliek soort wezens, kan vanuit talloze gezichtspunten worden benaderd. In historisch opzicht zijn zij duidelijk het bastaardras dat voortkwam uit een eigenaardig Hebreeuws programma van kruisbestuiving met de oorspronkelijke Egyptische, Sumerische, Babylonische en Perzische bovennatuurlijke wezens als ingrediënten. Deze genetische interactie van ideeën bracht de uiterlijke gedaante van Gods gevleugelde boodschapper voort zoals wij hem vandaag de dag kennen. Tegen de eerste eeuw na Christus is dit in essentie joodse concept op grote schaal overgenomen door het ‘nieuwe geloof’, en zes eeuwen later ook door de moslims’.

 

Maar hij schrijft ook: ‘(ons beeld van engelen) is een voorstelling die gedurende duizenden jaren van eruditie met veel moeite is ontwikkeld, en een neerslag van legenden en angelieke kennis die werkelijk in duizenden geschriften, rollen, boeken en documenten is terug te vinden; genoeg om een grote bibliotheek van in te richten. Daarentegen zullen de stukjes bewijsmateriaal die duiden op het bestaan van zulke wezens ternauwernood een aktetas kunnen vullen. En bij nadere beschouwing lijken zelfs de kostbare, weinige aanwijzingen op visioenen en waanvoorstellingen. Toch gelooft de visionair door dik en dun dat hij de ervaringen van de Bijbelse profeten heeft gedeeld.’

 

Het belang

Een neerslag van legenden en angelieke kennis’  noemt Goldwin het. Op die manier kunnen we naar de engelen-geschiedenis kijken; het is in ieder geval de manier waarop ook ík er naar kijk. Uiteindelijk is het aan de lezer, aan jou, om te bepalen of het gaat om legenden, of om kennis. Of een mengeling… Helemaal zeker zal je het nooit weten. De engelen zouden misschien de eersten zijn om te zeggen dat het er ook niet zo precies toe doet. Trouwens, ook de ‘legenden’, de verhalen zijn van belang! Zoals C.G. Jung al zei ‘waarheid is, wat werkt’. Waar je wijzer en gelukkiger van wordt. Lezen over engelen kan leuk zijn als nutteloze vrijetijdsbesteding, dan is de vraag naar waarheid al helemaal niet relevant, maar als het je erom gaat het contact te verdiepen, gebruik dan bij het lezen naast je gezonde verstand ook je hart en je intuïtie. En laat je vooral niets opdringen waardoor je het engelencontact juist kwijt dreigt te raken. Het is net als met mensen: als je veel van ze houdt wil je er graag alles over weten om nóg meer van ze te kunnen gaan houden. Maar jíj bepaalt welke informatie daarbij van belang is!

 

We maken nu een grote sprong naar het einde van de middeleeuwen (aan de eerdere geschiedenis wordt nog druk gewerkt!). Dit is de tijd van de scheiding tussen de katholieke- en protestantse kerk; ‘de reformatie’.  

 

Het begin: de reformatie

Geboorte aankondiging Jezus aan MariaGeboorte aankondiging Jezus aan MariaEen béétje protestant denkt nu: daar kunnen we kort over zijn. Die engelen zijn er niet. Nou ja, met Kerst komen ze in de kerk even om de hoek kijken, maar verder hebben we het er niet over. Al eeuwenlang niet, want dat begon al bij de reformatie in de 16e eeuw (de tijd van de christelijke ‘kerkscheuring’: katholieken versus protestanten). Die reformatie was ook een politieke strijd; er werd oorlog om gevoerd (met het katholieke Spanje, toen de baas in dit gebied), mensen werden veroordeeld, kwamen op het schavot terecht, op de brandstapel of in de gevangenis. Hele groepen trokken van de ene plaats of het ene land naar het andere, om vervolgingen te ontlopen. Een heftige strijd, die heel wat verder ging dan zomaar een verschil in geloofsopvattingen. 

Ene Petrus Datheen was zo’n nieuwe protestant op drift; hij was geboren in het Frans-Vlaamse Cassel, werd om te beginnen priester-student, maar toen protestant, vluchtte naar Londen, en werd dominee in Frankfort, waar er problemen kwamen met de Lutherse overheid, dus besloot hij met zestig gezinnen in zijn kielzog in 1562 naar de Palts (Duitsland) te trekken. Daar regeerde een volgeling van Calvijn, keurvorst Frederik III. Die besefte al eerder, dat het heel belangrijk was om duidelijk op papier te zetten wát die protestanten nu precies geloofden, en waar dat verschilde van het oude katholieke geloof, of met wat er verder nog maar aan andere ideeën rondzongen. Dat leidde tot de ‘Heidelbergse catechismus’ een geloofsleerboek, en een paar teksten over doop en avondmaal. Datheen pakte deze tekst erbij en bewerkte dat in 1565 voor zijn gemeente en later voor het hele Nederlandse taalgebied tot een ‘avondmaalsformulier’ dat voortaan (in veel traditioneel gereformeerde kerken tot op de dag van vandaag!) voorgelezen zou worden telkens als er zondags avondmaal gevierd werd. Het werd een lang verhaal, want juist rond deze kerkelijke maaltijd liep de strijd hoog op. In de katholieke kerk werd het ‘eucharistie’ genoemd, en was (en is meestal) het belangrijkste deel van de viering. Bij de protestanten varieerde het houden van deze maaltijd van 1x per jaar (op Goede Vrijdag) tot zo’n 6x per jaar, waarbij hetzelfde formulier dus telkens werd voorgelezen. Eeuw in, eeuw uit.

 

avondmaalstafelavondmaalstafel 

In dit avondmaalsformulier wordt stevig gewaarschuwd voor een ‘onwaardig’ mee-eten: ‘Wie onwaardig eet en drinkt, eet en drinkt zichzelf een oordeel’ klonk het telkens weer dreigend vanaf de preekstoel. Maar wie is dan eigenlijk precies ‘onwaardig’? Daar volgt een concreet lijstje van, losjes gebaseerd op de tien geboden, vol ‘ergerlijke zonden’ zoals moorden, vloeken; hebzuchtig, verkwistend of verslaafd zijn, leven in haat en nijd, God verachten, enzovoort enzovoort.

En midden in dit rijtje van vreselijke zondaren staan ook….

‘allen die gestorven heiligen, engelen of andere schepselen aanroepen’.

Horen we hier de echo van het middeleeuwse katholieke/protestantse dispuut, waarbij de protestanten hun strijdlust misschien iets te veel laten zegenvieren boven hun eigen geloofsprincipes als ´sola Scriptura` (we gaan alléén uit van wat in de Bijbel staat)? Want er staat echt nérgens in de bijbel dat je geen contact met engelen zou mogen hebben, integendeel, de bijbel staat vol met verhalen van engelen die door God naar de mensen gestuurd worden om ze te helpen. Of ze namens God iets te vertellen. Wel wordt een paar keer gezegd dat ‘aanbidden’ niet aan de orde is. Johannes, uit Openbaringen, die op z’n knieën valt, wordt snel weer overeind getrokken. Ook de engelen zijn door God geschapen, zijn dienaren. Je kunt het een beetje vergelijken, zoals Jezus ook doet, met God als onze Vader. Engelen zijn dan zoiets als onze broers en zussen, want ook zij hebben diezelfde Goddelijke Vader (en ze luisteren er heel wat beter naar dan wij). Maar waarom zou je het in je hoofd halen contact met die ‘familie’ te veroordelen? Stel je voor, dat wij in ons gezin contact met broers en zusters verbieden omdat alle aandacht naar onze ouders dient te gaan? Elke ouder is juist blij met een hechte familieband… Maar in de kerk is dat dus precies wat er gebeurde. Als de katholieke middeleeuwer al de neiging had om die Vader uit het oog te verliezen en alle aandacht aan zijn engel-broers en zussen te besteden, dan schoven de protestanten door naar het andere uiterste, en verloren elk contact met de engelen, uit angst God en Christus te kort te doen. Zo hadden middeleeuwers als Luther en Calvijn het waarschijnlijk niet bedoeld…  

 

Allereerst iets over dat zondige ‘aanroepen’ van engelen. Wij denken bij ‘aanroepen’ aan je stem verheffen, en misschien iets roepen als ‘hee, engel’! Contact eisen dus. Maar het verwees naar heel iets anders: dit was een veroordeling van de katholieke gewoonte van velen om zich niet rechtstreeks tot God te wenden bij het bidden, maar de engelen, of Maria, of een gestorven heilig verklaarde, ‘aan te roepen’ om voor hen bij God te pleiten. Daarmee verloor je te gemakkelijk God zelf, en Christus, uit het oog.

 

Er was nog een andere reden, om de engelen wat meer naar de achtergrond te laten verdwijnen. Dat had te maken met een katholieke leer, in de zesde eeuw ontstaan, waarbij de engelenwereld in een hiërarchische vorm was gegoten. De aardse kerkelijke hiërarchie, met een paus aan de top, met kardinalen en bisschoppen, priesters en dan eindelijk het gewone volk, dát was een afspiegeling van de hemelse hiërarchie, die ook liep van hoog (God) naar laag (de beschermengelen – er zaten nog vele lagen met andere engelensoorten tussen).

Engelenkoren, visioen Hildegard van BingenEngelenkoren, visioen Hildegard van Bingen

Die laagste laag engelen gaven hun licht weer door aan de hoogste kerkelijke laag – die het dan weer steeds verder naar beneden geacht werd te verspreiden. Hun macht was dus volgens een van God gegeven orde, daar kon niemand aan tornen. Je hebt, als simpele gelovige, de clerus, de priesters, nodig om het licht van God te bereiken. De protestanten, die toch al weigerden te geloven in  traditionele ‘waarheden’, zagen in de bijbel geen enkel bewijs van die hele hiërarchische hemelse organisatie – en al helemaal niet in haar aardse variant. De calvinisten gingen voor ‘priesterschap van alle gelovigen’. Het heil kwam, door Jezus Christus, direct van God zelf. En daarbij was Zijn Woord, de bijbel, het richtsnoer. 

 

De aandacht voor engelen en hun rol in de mensenwereld werd binnen het calvinistische protestantisme de dupe van deze kerkstrijd. Alle nadruk kwam te liggen op de ‘drieëenheid’, God, Jezus Christus en de Heilige Geest. Het ging er gewoon niet meer over. Behalve dan in dat formulier. Bij het rijtje Vreselijke Zonden. Engelen oproepen = het oordeel over jezelf oproepen. Eeuw in, eeuw uit. Met alle gevolgen van dien. En dan hebben we het nog niet gehad over de ‘verlichting’. Pascal voorspelde rond 1650 al: ‘Als we alles ondergeschikt maken aan het verstand, heeft onze godsdienst niets mysterieus en niets bovennatuurlijks meer.’ In een God blijven geloven is al moeilijk genoeg – alsjeblieft, kom dan niet ook nog eens aan met engelen! Dat lot treft, in iets mindere mate, ook de katholieke gelovigen.

 

Maar tijden veranderen. Nu de kerk er geen oog meer voor heeft, komen daarbuiten de verhalen los, van mensen met een bijna-dood-ervaring; mensen die een verschijning meemaken, mensen die op allerlei manieren in contact staan met engelen. In 2003 schreef dominee L.F. de Graaff een proefschrift ‘De verdwijning der engelen uit kerk en theologie’. Hij eindigt zijn boek zo:

 

Wanneer kerk en theologie zouden beseffen dat zij met de verdwijning der engelen een wezenlijk geloofsgoed zijn kwijtgeraakt, zou dit een eerste stap op de goede weg kunnen zijn. Hierbij zal ongetwijfeld de vraag opkomen of het wel terecht is dat de Reformatie een wezenlijk gedeelte van de Bijbelse en van de traditionele voorstelling van engelen heeft verworpen. Deze vraagstelling zou in kerk en theologie wellicht kunnen leiden tot een nieuwe bewustwording van een hemelse werkelijkheid en van engelen als de ware getuigen van God en van Jezus Christus.'