U gebruikt een verouderde browser. Wij raden u aan een upgrade van uw browser uit te voeren naar de meest recente versie.

www.rinirikkert.nl

Padwerklezing 2 Besluiten en beproevingen – Eva Pierrakos

Hertaling: Rini Rikkert.

 

 

Ik breng jullie de zegen van God.

Lieve vrienden, de liefde van God gaat door deze hele schepping. Ze is een levendige krachtstraal die, zoals al het geestelijke, rondgaat tot in het oneindige.

Iedereen zoekt deze krachtstraal, bewust of onbewust. Heimwee naar deze liefde drijft mensen, maar ook geesten, trekt ze aan, spoort ze aan.

Naarmate je kennis toeneemt zal je deze heimwee gaan begrijpen en met je willen en denken de consequenties eruit trekken. Maar het kan ook zijn dat je dit gevoel niet juist zal verklaren, en dan op een andere manier lucht geeft aan deze drijvende kracht. Dat levert vaak vergissingen op. Als je niet weet wat de aanleiding, de werkelijke betekenis van dit zoekende gevoel is, zal je om die reden vaak het verkeerde vinden.

 

Maar als je het in jouw ontwikkeling al zó ver gebracht hebt dat je dat, vroeger onverklaarbare, gevoel van heimwee weetthuis te brengen, dan heb je al veel gewonnen! Dan zal je ook gaan weten in welke banen je deze gevoelsstromen moet leiden.

Daardoor zullen er minder vergissingen en misverstanden over je eigen zielekrachten bestaan, die tot die tijd simpelweg verkeerd uitgelegd werden.

 

De liefde voor God, het heimwee naar God, is de drijvende kracht in ieder mens. Zelfs bij degenen die God nog niet gevonden hebben, of geloven dat ze niet in God geloven. Ook bij hen zijn deze sterke stromingen in de ziel voorhanden. Als je eenmaal die ommekeer in je geestelijke ontwikkeling hebt beleefd dat je God bewust erkent, dan treedt je een nieuw leven binnen. Dat kan zich ook afspelen binnen één en dezelfde incarnatie. Wie deze poort is doorgegaan, zal al in een lichtere wereld leven, alhoewel er nog vele, vele volgende poorten zijn.

 

Voor de meeste mensen is dit aardse leven überhaupt onbegrijpelijk. Zij kunnen de zin en het doel niet erkennen, omdat ze alleen maar dát zien wat ze met hun aardse ogen kunnen omvatten. De ogen van hun ziel kunnen zij nog niet bewust inzetten.

Daarom lijkt alles zinloos. Hun leed, hun beproevingen, de eenzaamheid en nog veel meer.

 

Pas als je begrepen hebt dat dit leven één van de vele leergangen is; een schakel in een lange ketting; dan pas zal je de samenhang leren vermoeden - en vervolgens altijd volledig begrijpen, waardoor je ziel in dit leven niet meer het ondeelbare geluk van de eigen wensvervulling zoekt.

Je ziel zal dan gericht zijn op het geheel, waardoor je de ontberingen van dit leven kan dragen. Daarmee vervul je de beproevingen en voorwaarden om in een hogere existentie een meer blijvend geluk binnen te treden, wat je niet van buitenaf afgenomen kan worden.

 

Nu wil ik over die categorie spreken die de eerste poort al door zijn, die deze fundamentele waarheden al erkend hebben.

Ook bij deze mensen valt ons vaak op dat de voortgang niet zo goed verloopt als zou kunnen. Het hangt namelijk van de vrije wil van iedereen persoonlijk af

hoe snel je verder komt. De één laat zich drijven en moet wellicht, om één en het zelfde te overwinnen of te kunnen vervullen, vele, vele malen opnieuw geboren worden en steeds maar weer hetzelfde beleven.

Een ander, die deze fundamentele waarheden erkend heeft, zal ook de consequenties trekken en zijn doel en streven richten op zijn geestelijke vooruitgang. Dat betekent echter geenszins dat zo iemand zich van de aardse problemen afwendt…

integendeel!

Aardse en geestelijke problemen zijn namelijk zeer nauw met elkaar verbonden. Een  aards probleem is juist de uitdrukking van een specifiek geestelijk probleem. Het onderscheid is alleen maar, dat er vanuit een ander gezichtspunt gezocht wordt naar de oplossing van het probleem. Alleen degene die het probleem geestelijk oplost kan het ook werkelijk aards oplossen.

 

Hoe vaak zien we niet, dat mensen wel het één en ander weten, maar het innerlijk niet met elkaar verbinden. Ze zoeken god en inzicht nog altijd ergens buiten zich. Ze vergroten hun kennis - wat op zich prima is, maar niet genoeg. Er moet een evenwicht zijn: de verworven kennis moet steeds persoonlijk worden toegepast, verwerkt, ten nutte gemaakt. Van binnen. Zodat er harmonie ontstaat.

 

Dus om werkelijk vooruit te komen is het nodig om het van twee kanten aan te pakken: het uiterlijke weten (de verstandelijke kennis) moet gelijke tred houden met dat wat innerlijk kan worden opgenomen. Het mag geen theorie blijven, het moet praktijk worden – praktijk die in het persoonlijke leven wortel schiet. De mens heeft weliswaar de kennisvermeerdering wel nodig - over de waarheid van de schepping, de geestelijke wetmatigheden en noem maar op - maar dat is slechts het ene deel. Daarmee is het niet klaar. Zonder het andere deel: het verwerken ervan in eigen innerlijk, is er geen harmonie in de vooruitgang. Geen werkelijke vervulling. En daarom ook eigenlijk geen echte vooruitgang.

 

Daarom is het nodig om jezelf te leren kennen, ja, het is nodig om je met jezelf bezig te houden, jezelf te beproeven, jezelf te overwinnen. Het is vaak heel zwaar, om alles wat wel vleiend is, wat je jezelf zo graag voorhoudt, af te leggen, te herzien. Dat is bij iedereen anders, maar veel komt ook overeen.

 

Maar toch, als we steeds weer over ‘geestelijke vooruitgang van mensen’ spreken dan is daar toch altijd bij iedereen iets heel individueels mee bedoeld. En jullie, lieve mensen, zouden bij jezelf moeten nagaan: ‘waar zit nog iets in mij waar ik nog niet reageer volgens die ene Realiteit (oftewel de geestelijke wetmatigheden) al is het maar innerlijk? Waar heb ik nog niet echt door wat er allemaal binnen in mij leeft?

 

Deze zelfonderzoeken zal je onafgebroken moeten voortzetten. Dan zal het zover komen dat, wat er nog niet klopt, langzaam uitdooft - en je gelukkig wordt. Maar daarvoor zal het toch eerst helemaal duidelijk moeten worden wat die hindernis in jou is. Daarvoor is het nodig om te zoeken. En daarvoor heb je een waarachtige wil nodig en moet je er moeite voor doen.  

Als je geen geluk vindt in wat je doet, kan je er zeker van zijn dat dit direct of indirect met zo’n eigen, innerlijke hindernis te maken heeft.

Zouden je wensen eenvoudig vervuld worden zonder dat die innerlijke hindernissen eerst opgelost worden… het zou je nooit echt gelukkig kunnen maken. Je kunt dan onmogelijk duurzaam geluk opbouwen, het zou zo weer verdampen. Pas als de innerlijke harmonie tot stand is gebracht; als de verhouding tot God werkelijk harmonisch is, zodat zijn wetmatigheden innerlijk vervuld worden, pas dan is de ziel rijp voor geluk en harmonie.

 

Nu vraagt de mens zich vaak af ‘Ja, ik geloof wel dat er zo’n verbinding met God mogelijk is, maar wat moet ik ermee? Waar heb ik dat voor nodig? Hier moet ik zeggen dat een dergelijke verbinding iedereen dat deel kan bieden dat nodig is voor je verdere ontwikkeling, namelijk de nodige kennis vergaren. Verder brengt het je aanwijzingen, hulp en richting voor het zoeken, vinden en toepassen van het uiterlijke weten in je innerlijk, oftewel het tweede noodzakelijke deel van je ontwikkeling. Daarvoor heeft een mens altijd weer bemoediging, kracht en zegen nodig, afgezien van alle concrete hulp. Ook dat kan je hier gegeven worden.

 

In uitzonderlijke gevallen bestaan er heel grote mensen die deze kennis al hebben en waar je soms heen geleid wordt. Maar ook in zulke gevallen, net als bij een medium, werkt de Godswereld er doorheen, en is de betreffende mens min of meer een werktuig van Hogerhand. In het ene geval door inspiratie, in het andere (van het medium) directer.

Maar hulp van buiten, op welke manier ook, is een belangrijk bestanddeel. Zonder dat gaat het niet. Zie bijvoorbeeld deze lezingen als materiaal waarmee je zelf aan de slag gaat om je leven zo goed mogelijk te benutten en waarde te geven.

 

Ik heb in mijn vorige lezing kort aangestipt dat een mens in zijn leven beslissingen te nemen heeft. Mij werd toen gevraagd of het mogelijk is dat een mens altijd zomaar weet wat juist is om te doen. Daar wil ik nu over spreken. Dat is namelijk precies hetgeen een mens (onder andere) moet leren in het leven, ook al lijkt het een moeilijke opgave. Velen kunnen wel oppervlakkige, naar buiten gerichte beslissingen nemen (trouwens, zelfs dat kunnen heel veel mensen niet) maar bijna niemand kan het op het innerlijke vlak. Wat hun gevoelsstromen betreft, en hun innerlijke gevoelsmatige reacties, zijn ze daar totaal niet toe in staat - en weten dat niet eens van zichzelf omdat alles toegedekt wordt. Pas als ze hun innerlijke motivaties en emoties beginnen te onderzoeken, pas dan zullen ze moeten erkennen hoe het er tot dusverre aan toe ging en pas dan kunnen ze beginnen ook innerlijke beslissingen te nemen.

 

Dit gebrek aan innerlijke beslissingen komt niet alleen tot uiting in problemen die rechtstreeks met anderen van doen lijken te hebben, maar ook gewoon in jezelf, in je innerlijke instelling, in gevoelens en reacties.

 

Het is hier alleen niet mogelijk jullie uitvoeriger uit te leggen hoe dat werkt. Maar er zal zich nog wel een gelegenheid voordoen, zodat ook díe vrienden het beter begrijpen die niét met een persoonlijk helingsproces (padtherapie) bezig zijn, maar wel al in zichzelf deze stromingen ontdekt hebben op grond van de hulp die hen door deze lezingen persoonlijk ten deel valt. Maar degenen die zich tot die tijd nog geen voorstelling kunnen maken van wat hier met dit soort gevoelsbeslissingen bedoeld wordt, zullen moeten afwachten. Ook zij zullen het mettertijd te weten komen. Ik zal me hier beperken tot algemene informatie over het thema ‘beslissingen kunnen nemen’.

 

Het komt bijvoorbeeld vaak voor, dat juist iemand die werkelijk bezield is met de drang naar het goede, die werkelijk rechtvaardig wil zijn, ervoor terugschrikt om iets te doen wat God niet welgevallig zou zijn, bang om het verkeerde te doen. En vervolgens doet hij vaak maar helemaal niets. Dan begrijpt hij niet, dat hij ook door níet te beslissen beslist. Want ook dát moet op de één of andere manier zijn uitwerking hebben, omdat de wereld, en dat wat jullie ‘tijd’ noemen, niet stil staat. Alles gaat verder in deze levensstroom en alles wat je doet - inclusief nietsdoen - heeft zo zijn consequenties.

 

Als je terugschrikt voor beslissingen nemen, betekent dat, dat je in je eigen ziel een bepaalde sleutel nog niet hebt gevonden. Je leeft – misschien niet altijd bewust – in angst. Je bestuurt je levensbootje niet, en zo geloof en hoop je - ook vaak weer onbewust – dat God, of het noodlot die beslissingen wel voor je zal nemen. Dat kan wel eens het geval zijn, maar over het algemeen mag de Goddelijke wereld niet ingrijpen, omdat mensen dát juist ook moeten leren: verantwoordelijkheid te dragen voor hun eigen beslissingen.

 

Je moet leren moeite te gaan doen om de donkere, verwarrende, de waarheid bedekkende wolken te doorbreken. Dat doe je door persoonlijke geestelijke inspanning, en door toenemende zelfkennis en overwinningen. Alleen dáárdoor wordt jouw ‘geestelijke zien’ sterker. Alleen zo kan je dát wat zich in je eigen ziel bevindt, als ook datgene, wat zich buiten je afspeelt, gaan doorzien.

 

Je moet leren een volledige, vaak heel gecompliceerde situatie te overwegen met alles wat daarbij op het spel staat.

Je moet leren door het oplossen van zulke tot dan toe onopgeloste problemen er het maximale uit te halen voor je geestelijke ontwikkeling en loutering.

Voor dat alles is het nodig een probleem ter hand te nemen in plaats van uit te wijken, het af te wijzen, struisvogelpolitiek te bedrijven. Met een dergelijke instelling wordt het een heel ander verhaal als je daarná tot de slotsom komt dat je voorlopig nog niet in staat bent om tot een beslissing te komen, omdat je de juiste richting nog niet duidelijk voor je ziet. Dan moet je God bidden om inzicht, en bereid zijn dat tot je door te laten dringen en dienovereenkomstig te handelen zodra het moment gekomen is dat dit inzicht, op grond van verdere persoonlijke inspanningen, gegeven kan worden.

 

Daarom is het één ding om voor een beslissing terug te deinzen en alles wat daarmee samenhangt toe te dekken; dit probleem niet nader te bekijken… en iets anders om je om de waarheid te bekommeren, en bewust van te voren te beslissen – of juist níet te beslissen - tot je met de grootst mogelijke persoonlijke inzet in staat bent tot een juiste beslissing die – als ze werkelijk juist is – geen enkele innerlijke twijfel zal achterlaten en zo steeds grotere innerlijke vrede en harmonie zal geven in je ziel.

 

Alleen zo word je de kapitein van je levensschip. Je bent in staat de zuivere waarheid van een situatie en de daarmee verbonden, voor jou juiste handelswijze te ontdekken - maar alleen als je alle flatteuze dekmantels aflegt, net als alles wat je gemakzucht of weg van de minste weerstand voedt. Pas wie zich zó vrij heeft gemaakt heeft de hindernissen naar de waarheid overwonnen. Precies dát wordt van mensen verwacht. En je kan het heus, maar duidelijk niet zonder moeite, niet zonder het werkelijk te willen en niet zonder uithoudingsvermogen.

 

Als een mens een heel leven leidt zonder dergelijke beslissingen te nemen brengt dat z’n eigen reacties en kettingreacties met zich mee, en daaruit ontstaat een geestelijke vorm waarmee je getekend bent. Het zal in een volgend leven des te moeilijker zijn deze knoedel te ontwarren en te leren beslissingen te nemen. Daarover zou je na moeten denken, terwijl je deze woorden goed tot je door laat dringen. Zelfs vanuit jullie kortzichtige menselijke standpunt bezien leidt het niet-beslissen tot de grootste schade, niet alleen geestelijk, maar ook zuiver aards. En dat geldt ook voor een zelfzuchtig standpunt, mocht je al wat minder kortzichtig zijn. Je moet zelf je geluk opbouwen in de mate waarin je de geestelijke wetmatigheden vollediger leert volgen. Zonder dat laatste zal het niet erg opschieten.