U gebruikt een verouderde browser. Wij raden u aan een upgrade van uw browser uit te voeren naar de meest recente versie.

www.rinirikkert.nl

lezing 1 De levenszee – Padwerk; Eva Pierrakos

Hertaling Rini Rikkert.

 

God heet je welkom! Ik breng jullie Gods zegen, lieve mensen.

Stel je de geestelijke kant van het aardse leven eens voor als een zee, een oceaan, en ieder mens als een schip. In dromen kan je dat ook vaak beleven. Die levenszee kan je op verschillende manieren beleven: misschien stormt het, is de hemel grauw, of misschien schijnt de zon, en is de zee kalm… tot de volgende storm. Het wisselt elkaar af tot je doel is bereikt. Dat doel is het vaste land, oftewel de geestelijke wereld, jullie ware thuis. Dan hangt het er maar net van af, hoe goed je je leven kan sturen. De één is een geoefende, ervaren, geschikte kapitein, die hoeft geen gevaren te duchten. Hij loodst zijn scheepje door de stormen en in rustige, goede tijden verzamelt hij krachten voor de volgende storm. Een ander wordt nerveus en verliest de moed, als het begint te waaien. Weer een ander is zó bang, dat hij in paniek helemaal niet meer stuurt, hij laat zich drijven in de levensstorm, en bereikt helemaal nooit wat.

 

Je begrijpt het al: het zijn de beproevingen van het leven, deze atmosferische storingen, het onweer, de bliksem. Soms pakken de wolken zich nu eenmaal dreigend boven je samen. Als je geestelijk al een beetje ontwikkeld bent, wat fijngevoeliger, dan kan je wel aanvoelen hoe het nu met jouw levensscheepje is gesteld. Ik wil het hier graag over die beproevingen hebben. In elke groep mensen, familie, wat dan ook - vind je wel één persoon met zo’n minimale geestelijke ontwikkeling dat hij of zij een speelbal van de duistere machten is. Dan ben je echt niet altijd slecht, het betekent gewoon dat je bepaalde geestelijke wetmatigheden niet wil erkennen tegenover jezelf, ze niet navolgt. Ook al heb je genoeg goede eigenschappen, toch weiger je eerlijk tegenover jezelf te zijn. Dat is al voldoende om een speelbal van duistere machten te worden. Als je niet leeft volgens de goddelijke wetmatigheden, ontstaan er, vanwege dat gebrek aan zelfoverwinning en zelfkennis, allerlei geestelijke vormen en stromingen, waar de duistere wereld uit kan putten. Het is een soort materiaal, dat lijkt op draadachtige stralen, in dit geval duister van kleur en substantie. Dat wordt door elkaar gegooid, in elkaar geknoedeld en uitgesponnen tot het zo’n kluwen geworden is, dat je het niet dan met de grootst mogelijke moeite kan ontwarren. Maar jij bent niet de enige die dan bijdraagt tot die verwarring. Ook anderen in die groep dragen eraan bij, waar ze vanwege hun eigen fouten en zwakheden zelf ook de wetmatigheden negeren. Nog meer draden dus, waarmee gesponnen kan worden… tot zelfs voor iemand die al wat beter heeft leren zien de waarheid niet langer te achterhalen is, zeker niet op het eerste gezicht. In zo’n situatie kost het gewoon heel veel moeite die waarheid alsnog te ontdekken.

 

Wie zich geestelijk ontwikkelt, heeft het vaak heel erg zwaar om erachter te komen hoe hij met dergelijke beproevingen om moet gaan. Het duister weet vaak van de leugen een waarheid te maken en van het goede iets slechts. En omgekeerd. En zo raak je in verwarring, ook al wilde je het juist goed doen. Je weet niet meer wat goed is. En dan spelen vaak ook nog je eigen innerlijke onbewuste ziekelijke stromingen mee, die de boel nog eens extra verduisteren. Dan is het zeker onmogelijk om een helder beeld te krijgen en te weten wat je moet doen. Daarom is het nodig om al die donkere wolken uit elkaar te drijven en de waarheid te leren onderscheiden. Namelijk dat je zelf geestelijke scholing nodig hebt, en je uiterste best zal doen om de juiste stappen (passend bij je ontwikkeling) daartoe te ondernemen. Als je dat niet doet word je zelf weer op een andere manier speelbal van de duister machten. Dan schiet je levensscheepje in de storm alle kanten uit en raak je de macht over het stuur kwijt. Je stuurt hoe dan ook minder goed. Het wordt ook moeilijker om zelf die zwarte wolken uit elkaar te drijven en de waarheid te ontdekken: wat eigenlijk de kern van de zaak is, wat je moet doen of laten om een geestelijke bijdrage aan het goede te leveren. Dat lukt alleen als je deze weg gaat, als je de discipline leert opbrengen om van tijd tot tijd de stilte te zoeken, juist als het zwaar is, de storm op z’n hoogst. Dan kan je zelf met God en zijn geestenwereld in contact komen, de inspiratie van de waarheid ontvangen en jezelf met al je fouten observeren, terwijl je ondertussen je weerstanden overwint.

 

Geestelijke wetmatigheden kunnen op 3 niveau’s worden nageleefd. Hoe hoger je ontwikkeling, des te dieper kan het werken:

Allereerst in de daad, het handelen

ten tweede in gedachten, en

ten derde in de gevoelens.

De hoogste trap zijn de gevoelens, daar kunnen de wetten het moeilijkst doorgevoerd worden. Dat komt omdat gevoelens in het begin nog voor een belangrijk deel onbewust zijn. Er is inspanning nodig, wil en geduld, om deze gevoelens bewust te maken. Verder kan je gevoelens niet meteen en direct controleren, zoals dat met je daden en gedachten wél kan. Gevoelens kunnen pas heel langzaam veranderen na langdurige geestelijke arbeid, zelfonderzoek, en het eigen-maken van de geestelijke wetten.

Hoe minder je ontwikkeld bent, des te oppervlakkiger ben je in staat de geestelijke wetten na te volgen. Daarom gaf God eerst de tien geboden. Dat heeft betrekking op de daden van mensen ‘gij zult niet stelen, niet liegen, enz.’ Dat was al heel wat voor de mensheid in die tijd. Ook voor sommige groepen mensen in deze tijd trouwens, net als voor de mensen die nu nog incarneren vanuit lagere sferen.

 

De volgende fase is, dat je op je gedachten gaat letten. Vaak handelt een mens wel goed, maar nemen zijn gedachten een heel andere loop. Je handelt dan juist, omdat je inziet dat je anders in conflict komt met je omgeving. Maar in gedachten wens je dan nog vaak iets wat bepaald niet in overeenstemming is met de goddelijke wet. Het valt niet mee om ook dát onder controle te houden. Helaas heb je dan nog niet begrepen dat die onzuivere gedachten en gevoelens een zelfde soort conflict veroorzaken, maar dan in jezelf. Alle gedachten en gevoelens hebben nu eenmaal een geestelijke vorm en substantie, en veroorzaken dus hun eigen kettingreactie, ook als de gevolgen niet direct duidelijk zichtbaar zijn. Om dat te leren zien is al een vorm van ‘geestelijk zien’ noodzakelijk, een zekere ontwikkeling dus. Christus was degene, die de goddelijke geboden uitbreidde met de leer dat een mens ook kan zondigen in gedachten. In die tijd begon de mensheid dus rijp te worden voor een uitbreiding en verdieping. Dat is nu ook weer het geval. Iemand op het tweede niveau, degene die nog moeite heeft op zijn gedachten te letten en ze op te schonen, heeft al veel voor op degene die alleen nog maar op zijn daden let. Maar, lieve vrienden, jullie moeten nóg dieper leren gaan, en bij je echte gevoelens uitkomen, bij al datgene wat zo graag onbewust wil blijven, wat je zo graag met de mantel der liefde bedekt, waar je mooie excuses voor bedenkt - alles om die gevoelens maar niet helder te hoeven krijgen. Maar deze zelfmisleiding brengt je onherroepelijk met jezelf in conflict, en vaak ook met de buitenwereld, ook al wil je niet erkennen dat de echte oorzaak bij jou ligt. Het is al moeilijk genoeg om gedachten op te schonen. Als je het met veel moeite tot deze hoogte gebracht hebt (en elke stap kan alleen maar met de grootste moeite en zelfoverwinning gedaan worden, het gaat nooit vanzelf) dan kost het je nog meer moeite om te erkennen dat je gevoelens hier en daar nog sterk afwijken van je gedachten en van wat je wilt. Maar het gaat God nu juist om die overwinning. Die laatste verdiepende stap is duidelijk het zwaarst. Het is het doel wat jullie allemaal nastreven, de ware loutering.

Als je je innerlijke gevoelens bewust kan maken, en bereid bent te erkennen dat die gevoelens niet altijd parallel lopen met wat jij in je denken als juist aanvaard hebt, dan heb je al heel veel bereikt. Alleen als je dat regelmatig doet, er een meester in wordt, alleen dan kan je niet alleen je eigen waarheid doorgronden, maar zal je ook ten tijde van beproevingen alle donkere wolkenlagen kunnen doorbreken en de ware kern erachter vinden. Zo los je iedere kluwen, knoop voor knoop op.

 

Alleen als je jezelf steeds moedig blijft onderzoeken en confronteren, krijg je werkelijk zicht op je naasten en op situaties om je heen. (IJdelheid vormt daarbij een onoverkomelijke hindernis). Wie zichzelf niet kent, kent ook een ander niet. Ook deze knopen en kluwen zijn geestelijke vormen lieve mensen, een werkelijkheid die we telkens weer bij iedere menselijke groep kunnen waarnemen. Overal zijn van die kluwen, door duistere machten in elkaar gedraaid van al die verschillende garens en draden. Iedereen levert er zijn eigen bijdrage aan. Vaak is er wel één mens in het bijzonder die daar extra aan bijdraagt en de verwarring nog groter maakt. Toch hoeft er maar één mens te zijn die deze geestelijke directe hoogste weg gaat, die zichzelf echt onderzoekt, iedere dag opnieuw… hem zal het lukken de ene knoop na de andere te ontwarren. Niet van vandaag op morgen, maar langzaam maar zeker. Net zo lang tot er geen knoop meer te vinden is, en alles helder zal zijn. Dan kan zelfs die ene zwakke mens zichzelf niet meer in de maling nemen, want uiteindelijk doet hij daar zichzelf het meeste kwaad mee. Uiteraard zal hij tegenstribbelen, want al die verwarring voedt het lagere zelf. Die wil de weg van de minste weerstand, is ijdel, draait zichzelf liever een rad voor ogen, en veert op bij disharmonische toestanden. Maar op den duur zal ook deze zwakkeling zich bevrijd voelen als die wolken uit zijn leven verdwijnen, hoe hij ook blijft proberen om zich er aan vast te klampen.

 

Pas als een onduidelijke situatie helemaal helder is geworden, zal je je niet langer afvragen hoe het zit, wat goed is om te doen en wat niet. Je zou zover moeten komen dat je jezelf goed genoeg kent om jezelf de vraag te kunnen stellen ‘waar ben ik toe in staat, hoe kan ik meewerken aan het heilsplan van God’? De opdracht is lang niet voor iedereen om op de één of andere manier in de openbaarheid te treden. Je kan altijd beginnen om je opdracht te vervullen, in het klein, voor jezelf. Iedereen heeft een eigen opdracht binnen het heilsplan, tot de grootste zwakkeling aan toe. Misschien is het voor hem wel voldoende om een bepaalde fout te overwinnen, en vergt dat al het uiterste van hem. Of hij heeft iets goed te maken met een medemens, met wie hij samen incarneerde. Dan gaat het erom, zijn daden aan te passen aan de wetten van God, en zijn laagste instincten niet de vrije loop te laten.

Van anderen wordt meer verlangd, altijd dat wat je het zwaarste valt, wat de meeste strijd en zelfoverwinning kost. En bij weer anderen gaat het om de zuivering van jezelf, de zelfontplooiing, al naar gelang je aankan en de hoeveelheid kracht die je bezit. Bij de al wat hoger ontwikkelden is deze zuivering van het zelf automatisch verbonden met het oplossen van die knopen in je omgeving en het ontwarren van verwarde situaties. Vaak word je daar speciaal voor aangewezen, om iets goed te maken. Daardoor werk ook jij mee aan het heilsplan van God, waar iedere vorm van medewerking telt! Zo zijn er nog vele opgaven te vinden.

 

Iedereen wil gelukkig zijn, dat kunnen we goed begrijpen. Als je ziel dat heimwee naar geluk en volmaaktheid niet kende, zou er geen hogere ontwikkeling bestaan. Maar is er wel eens iemand die denkt ‘wat kan ik geven? Wat kan ik bijdragen aan het heilsplan van God?’ In jullie willen en voelen, soms zelfs ook in je denken, verlangen jullie alleen maar het beste voor jezelf. Misschien even wat minder als je bidt voor vervulling en geluk voor deze of gene. Maar over het algemeen wil je het beste voor jezelf, en je bent ongelukkig als het leven zwaar is. Maar. Ooit heb je God gevraagd ‘wat kan ik voor je doen?’. Als je namelijk je eigen geluk als einddoel ziet, (en dat doe je meestal, ook al is dat voor jezelf niet eens zo helder) dan verbreek je de levende geestelijke kringloop. Op het moment dat de kringloop wordt onderbroken, loopt het dood. Zelfs als je wens vervuld wordt, en het goede dat daaruit voortvloeit je einddoel was, zelfs dan blijft er niets over wat het leven verder voert, en daarom kan het je op den duur ook niet gelukkig maken.

 

Alleen degene die de kringloop levend houdt door daar voortdurend bewust en bezield mee bezig te zijn, die zal ook zijn eigen geluk voortdurend levendig kunnen houden. Dan handel je er ook naar, en wil je alles wat je ontvangt aan hulp en genade, geluk en vervulling, tussenkomst en leiding, geestelijk ten nutte te maken en in dienst van het heilsplan stellen. Daarvoor kan en moet je je gaandeweg door God laten leiden. Wie dit zo doet, is een werkzaam deel van de goddelijke ordening. Zijn geluk zal niet verflauwen, verdorren en afsterven, maar altijd in beweging blijven, zichzelf constant vernieuwen en levendig blijven. Alleen als je zo’n instelling hebt, ben je bijzondere hulp en tussenkomst waard. Ja lieve mensen, dit idee zal bij weinig mensen landen. Zij kloppen bij God aan en willen van alles, komen met hun eisen, maar ze willen niets teruggeven aan de Goddelijke wereld, de strijd met zichzelf niet aangaan, terwijl die toch zo belangrijk is. Denk daar allemaal eens over na.

 

Wie op deze manier naar God gaat, die kan dan vaak veel meer licht en hulp gegeven worden. Die kan de kluwen ontwarren, de kracht hebben om zijn levensscheepje ook in de storm de juiste kant uit te sturen, en zo gesterkt en verlicht deze tijd beleven, wat er ook mag gebeuren.

 

En nu wil ik nog even kort een ander thema aanstippen, voor ik jullie vragen ga beantwoorden. Het gebeurt regelmatig dat iemand die met deze manier van geestelijk contact (het channelen) in aanraking komt, de geesten of deze verbinding op een onjuiste manier wil testen. Het is natuurlijk goed om geesten op de proef te stellen, hoe je dat moet doen heb ik al eerder besproken. Neem om te beginnen de moeite en de tijd vertrouwd te raken met dit terrein, want je kan niet iets testen waar je weinig of niets van begrijpt, zeker niet als het zo gecompliceerd is. Dus beproef de geesten, maar niet met trucjes en strikvragen. Aan sommige dingen valt niet te tornen, dat zou jullie met enig nadenken duidelijk moeten zijn. Maar vaak denk je nu eenmaal niet goed genoeg na, en begin je eraan met een onjuiste instelling. Dus constateren we regelmatig dat mensen hierheen komen met een bepaalde gedachte in hun hoofd. Om maar een voorbeeld te noemen. Dan spreken ze met zichzelf af: ‘als het hier werkelijk om geesten gaat, dat kunnen ze deze vraag ook beantwoorden, ook al stel ik die niet hardop’. En dat doen ze dan niet omdat ze het liever geheim houden, maar het is gewoon bedoeld als test.

Geloof me, het gebeurt vaak genoeg dat mensen antwoord krijgen op een vraag die ze niet hardop gesteld hebben, maar dat gebeurt nooit als men op die manier het bestaan van geesten en hun verbinding met mensen wil testen. Nee lieve mensen, zo laat de goddelijke geesteswereld zich niet testen. Dat is geen echt onderzoek, sterker nog, stel het gaat hier om een verbinding met duister machten, dan is het heel goed mogelijk dat een dergelijke domme vraag juist wel beantwoord wordt, om een mens in hun netten te vangen. De goddelijke wereld laat zich niet dwingen om bewijzen te leveren. Ze komt uitgebreid met bewijzen, veel meer dan een mens nodig heeft, maar pas nadat je zelf hebt laten zien het waard te zijn, door zelfoverwinning of op andere manieren. Sommige vrienden kunnen bevestigen dat ze meer ontvangen dan ze nodig hebben, maar het is de goddelijke geesteswereld die bepaalt aan wie de bewijzen gegeven worden, wanneer en op welke manier.

Als je puur uit onwetendheid zo reageert, maar verder wel aan de voorwaarden voldeed en dus bewijzen kan ontvangen, zelfs dan krijg je dat bewijs niet als gevolg van zo’n truc, maar op een andere manier, misschien wat later, op een manier waarop je het helemaal niet verwachtte, maar even overtuigend!

 

Je moet ook begrijpen dat een dergelijke verbinding het grootste cadeau is wat een mens kan krijgen. Het is geen genade van een mens, om zo’n verbinding te onderhouden, maar God geeft die genade aan een mens. Die moet altijd de eerste stap nemen, in elke fase weer opnieuw. Dan kan in overeenstemming daarmee hulp gegeven worden, inspiratie en kracht. En ook de bewijzen, die je geloof en je vertrouwen zullen versterken. Maar ook hier moet je deemoedig zijn en kunnen afwachten, en God onderdanig zijn. Ophouden dus met je steeds weer opnieuw de vraag te stellen of je het al waard bent een bewijs, of weer een nieuw bewijs, te ontvangen. Dit soort bewijzen hebben de gewoonte om zo weer te worden vergeten, ze verdwijnen zogezegd, lossen op. Pas als de innerlijke overtuiging sterker is geworden door je eigen ontwikkeling zal dat niet meer het geval zijn. Dan heb je niet telkens weer nieuwe ‘bewijzen’ nodig.  Ik wil jullie vragen goed na te denken over alles wat ik gezegd heb. Iedereen kan er wel iets nuttigs uithalen.