U gebruikt een verouderde browser. Wij raden u aan een upgrade van uw browser uit te voeren naar de meest recente versie.

www.rinirikkert.nl

HCHC

 

Engelen in de Bijbel

 

Om te beginnen: voor mij is de bijbel een geïnspireerd boek, DE basis van de christelijke traditie – ik kan er eindeloos uit blijven leren. Op die manier doe je heel wat informatie op, maar ben ik me er ook van bewust dat het soms meer zegt over de tijd en de cultuur waarin het geschreven is – dus hoeft het niet altijd persé 'waar' te zijn.

Hoe boeiend en leerzaam de bijbel ook is, hoe geïnspireerd door God ook - inspiratie van Hogerhand vermengt zich altijd met de menselijke geest. Onze kennis blijft altijd onvolkomen, zoals de apostel Paulus dat zo mooi zegt.

Nog iets over de bijbel: eigenlijk is het meer een bibliotheek dan een boek, met heel veel verschillende boeken uit verschillende tijden in één band. De verwijzingen die je tegenkomt, verwijzen dus naar die bijbel-bibliotheek, met de naam van een bepaald boek daarin, terwijl de cijfers verwijzen naar het hoofdstuk en het vers.

 

Laatst hoorde ik een zeer geleerde bijbelwetenschapper vol overtuiging zeggen dat er in de bijbel nauwelijks over engelen gesproken wordt. Ik kon mijn oren niet geloven! Zo’n 250 keer worden ze genoemd. Hoe kan het, dat daar zó weinig van blijft hangen? Het antwoord op die vraag hoort meer thuis bij de kerkgeschiedenis; in de bijbel is er nog geen sprake van ontkenning. Ze zijn er, met ‘heerscharen’ tegelijk – hele legers, zeg maar. Zó vanzelfsprekend is hun bestaan, dat het bij geen enkele bijbelschrijver opkomt om eens even precies uit te leggen hoe dat nou zit, met die engelen. Trouwens, daar zijn ze toch al zelden op uit. Ze vertellen liever verhalen, of beschrijven, als het om engelen gaat, visioenen en verschijningen – en zo geven ze ons de kans om wat informatie bij elkaar te sprokkelen. En vervolgens kunnen we dan net doen alsof we er heel wat van af weten. Wat natuurlijk niet zo is, want hier belanden we meteen al bij het eerste probleem:

Giotto, AssisiGiotto, AssisiEngelen zijn geestelijke wezens. Niet stoffelijk, zoals wij. Met onze stoffelijke oren, ogen, neus en handen kunnen we ze dus niet horen, zien, ruiken of aanraken. Als de God van de bijbel ze dan toch in contact wil laten komen met mensen en dan natuurlijk met hetzelfde probleem zit, krijgen ze even een menselijk lichaam aangemeten – of in ieder geval iets wat daar sterk op lijkt. Ze worden altijd gezien als knappe jonge mannen (nou ja, dat ‘knap’ verzin ik er geloof ik zelf bij) en ze worden beschreven, niet als ‘engel’ maar simpelweg als een ‘bode’ gezonden door God. Meestal hebben ze een boodschap, soms een andere taak. Twee van die talrijke ‘bodes’ hebben een naam: Michaël en Gabriël. In de apocriefe boeken (die wel bij de katholieke-, maar níet bij de protestantse bijbel horen) worden ook nog de namen Rafaël en Fanuël genoemd. Komen we later nog op.

 

Bijbelse verhalen over die hemelse ‘bodes’ kennen we waarschijnlijk allemaal wel. (Een aantal daarvan kan je hier lezen). De engel die aan Maria verscheen om de geboorte van haar zoon Jezus aan te kondigen is wel de beroemdste…. Daar is duidelijk sprake van de engel Gabriël. In de oudere verhalen is het vaak niet zo duidelijk, zelfs niet of er nu sprake is van een ontmoeting met een engel, of met God zelf. Soms lijkt het om God zelf te gaan, maar als dan later in de bijbel verwezen wordt naar hetzelfde verhaal, wordt ineens gesproken van een ‘engel’. (Vergelijk: Exodus 19:3 en Handelingen 7:38) De verklaring is waarschijnlijk, dat in de eeuwen die eroverheen gaan vóór de bijbel zijn definitieve vorm kreeg, mensen over bepaalde dingen anders gingen denken. Er kwam een tijd dat ze het onmogelijk achtten, dat een mens echt God zou kunnen zien, en dan maar gewoon verder kon gaan met zijn leven! Een ontmoeting met een engel was al angstaanjagend genoeg… Een andere verklaring zou kunnen zijn, dat ze veel minder onderscheid maakten tussen God en de engelen. Zoals een profeet ‘met de mond van God’ kon spreken (Jesaja 1: ‘Hoort, hemelen en aarde, neig uw oor, want de Here spreekt: Ik heb..) zo verwachtten ze misschien nog wel meer dat ook een engel ‘met de mond van God’ kon spreken en handelen zoals hij.

 

 

 

Niet dat God een mond hééft. En engelen ook niet. Ze zijn immers onstoffelijk, geestelijk, ´onzichtbaar´ zoals de bijbel zegt. (Kolossenzen 1: 16) Of er wordt over ze gesproken als ‘geesten’ (Hebreeën 1:14). Maar waar bevinden die geestelijke wezens zich dan ergens? Typisch een vraag van mensen die niet anders kennen dan de drie dimensies – hoogte, breedte, diepte. Wij nemen ruimte in, ruimte die niet tegelijk ook door iets anders kan worden ingenomen. Dus als wij ‘hier’ zijn, op deze aarde, waar zijn de engelen dan? Ja, zegt de bijbel, bij God natuurlijk – maar daar schieten we niet zoveel mee op, toch? Waar is God dan? Ook daar is de bijbel niet altijd even duidelijk over, maar bij ons is één antwoord blijven hangen: in de hemel.

 

De hemel: plaats waar de engelen wonen?

  

De Bijbelschrijvers hadden het nog wat gemakkelijker dan wij: zij geloofden dat de aarde een platte schijf was, met daaronder het dodenrijk, en daarboven, achter de wolken, de hemel. Iedereen die dus richting hemel gaat, Jezus, Elia – stijgt op naar boven, en Jacob ziet een trap waarop engelen heen en weer wandelen. Voor ons wordt het moeilijker: het is niet voor niets dat de kerk zich zo heftig verzette tegen het idee van een aarde als bol in een grote ruimte… Het idee van God ‘daarboven’ werkt nog steeds door, zelfs bij die eerste atheïstische ruimtevaarder die triomfantelijk riep dat daar in de ruimte écht geen God te zien was. Nee, natuurlijk niet. God is niet stoffelijk, net zo min als de engelen. Waar we ook naar toe trekken, we blijven alleen zien wat stoffelijk is. Het geestelijke heeft geen vaste vorm, in ieder geval niet zoals wij vaste vormen kennen en zien.

Moeilijk voor te stellen? Neem nu bijvoorbeeld je stem. Die bestaat. Toch? Maar wat als je die stem even niet laat horen, bestaat die stem dan nog steeds? En waar dan? Of ga eens naar alle herinneringen, die je met je meedraagt. Denk je echt dat die allemaal een eigen, tastbare ‘plek’ hebben, ergens in je hersens?! Je ziel, die hoort ook in dit rijtje thuis. Onstoffelijk. Geestelijk. Is zolang je leeft verbonden aan je lichaam, zeggen we, maar zeker weten doen we het allemaal niet, want je kan het niet zien, niet bewijzen.

Alle stoffelijke dingen en mensen nemen ruimte in, en zijn daaraan gebonden. Om ergens anders te komen moeten ze zich verplaatsen. Dat zal in de geestelijke dimensie niet zo anders zijn. In beide werelden kan je onmogelijk totaal in elkaar op gaan, je hebt, als geschapen wezen (volgens de bijbel zijn engelen ook door God geschapen), een eigen plaats. Maar geldt deze vaste wet ook als je beide werelden combineert? Waar de ene engel is, kan niet tegelijk ook een andere engel zijn - maar waarom zou de ruimte die je hier inneemt, niet tegelijk ook toegankelijk kunnen zijn voor een geestelijk wezen? Behalve dan je ziel, die, als goddelijke vonk, ook bij het geestelijke hoort? Al lijkt alles hier bezet – al is het maar door lucht – dan nog zou het mogelijk kunnen zijn dat geestelijke wezens in die wereld indalen en zich daar ophouden, vlak bij je – ín jou zelfs! Dat maakt niet alleen de plaats, maar ook het verplaatsen verschillend. Ook hun beweging of verplaatsing gaat niet op onze (meestal tamelijk moeizame, tijdrovende) manier, maar op een geestelijke manier. Moeilijk voor te stellen, ik weet het, maar denk weer even aan die stem: hoe je stem zich kan verplaatsen, van jou naar iemand op de hoek! In een oogwenk!

engelen bij Efrata, Kijkbijbelengelen bij Efrata, KijkbijbelDus. De ‘hemel’ is geen vaste plek waar God, Jezus, de engelen en de zielen ‘wonen’ op de manier zoals wij die ons met onze beperkte drie-dimensio­nale hersens kunnen voorstellen. Hoe overzichtelijk het ook leek, in bijbelse tijden, met zo’n hemelse plek boven de wolken, en een tempel in Jeruzalem waar God naar kon afdalen: het is toch wat ingewikkelder.  Jezus heeft ooit een gesprek met een Samaritaanse vrouw (Joh.4) over de vraag waar je God moet aanbidden. Niet in de tempel, zegt Jezus tot haar verrassing, want de tempel werd nu eenmaal gezien als dé plek waar hemel en aarde met elkaar in verbinding stonden… ‘want God is Geest, dus wie hem aanbidt, moet dat doen in Geest en in waarheid.’ God is overal, en engelen kunnen in ieder geval in een oogwenk overal kómen – dus die verbinding is er. Altijd. Aanbidden – contact maken – kan dus ook overal en altijd.

 

Maar daarmee zijn we er nog niet. In de bijbel staan ook nog een aantal omschrijvingen van dat hemelse oord. Profeten (leidende godsdienstige figuren in het oude Israël) vertellen over hun visioenen, een soort dagdromen, waarbij ze meegenomen worden naar de hemel. Dat soort verhalen herhaalt zich trouwens door de hele geschiedenis heen, tot de dag van vandaag toe. Mij overtuigen sommige eigen ervaringen, en die talloze verhalen van anderen er in ieder geval wel van, dat er zoiets als een hiernamaals, een hemel, een andere geestelijke werkelijkheid waar God, engelen, Jezus, en menselijke zielen een thuis vinden, bestaat. En dat we dat gaan leren kennen, zodra we dit stoffelijke lichaam verlaten. Trouwens, daar ligt een duidelijke verbinding. Wie daar níet in gelooft, verwijst ook de engelen naar het rijk der fabelen. Dat scheelt weer een hoop leeswerk op deze site! Alle anderen kunnen dus, als we al die verhalen bestuderen en vergelijken, wel iets meer te weten komen. Maar alleen met de Bijbelverhalen komen we ook weer niet zó ver. Zij hadden toen duidelijk totaal andere dingen aan hun hoofd. Hun focus was het alledaagse, aardse leven. Een uitstapje naar de hemel diende uitsluitend om te horen wat er op aarde moest gebeuren! Het duurde nog heel lang voor er zelfs maar sprake van was dat mensen na hun dood naar de hemel zouden gaan, getuige zo’n kreet in psalm 6:

Keer terug, HEER, spaar toch mijn leven

toon mij uw trouw en red mij. 

Want doden noemen uw naam niet meer!

Wie in het dodenrijk kan u nog loven?

Pas in de tijd van Jezus was dat idee van eeuwig leven meer algemeen, maar zelfs toen waren er nog meer traditioneel ingestelde Joodse groepen die daar niets van geloofden, zoals de Sadduceeën (Lucas 20:27). Jezus zegt dan tegen ze: ‘God is geen God van doden, maar van levenden, want voor hem zijn allen in leven.’ En ook: ‘ Zij (de overledenen) kunnen ook niet meer sterven, want ze zijn als engelen en ze zijn kinderen van God omdat ze deel hebben aan de opstanding.’  Let wel: we worden geen engelen, maar líjken er ooit wel op!

Hoe zien engelen eruit in de bijbel?

Net als bij de bode-engelen, die even in een lichaam konden verschijnen, omdat alleen zó een rechtstreeks contact met ons mensen mogelijk was, zo zullen ook de andere beelden die ooit beschreven zijn, vooral dienen om ons iets te leren, iets duidelijk te maken. Die lichamelijke verschijning laat altijd een man in de bloei van zijn leven zien (nee, geen vrouwelijke engelenverschijningen in de bijbel – daar zou in die tijd niemand naar geluisterd hebben, dus daarmee zouden ze hun doel voorbijschieten...): dat bloeiende, krachtige, had een duidelijke symbolische betekenis. Soms, zeker in latere tijden, kwam daar ook licht bij, witte blinkende kleren bijvoorbeeld. Ze kwamen recht uit het Licht! Alweer symbolisch. Soms is het andersom, en mag een profeet of apostel een kijkje nemen aan gene zijde, in een 'visioen'. Daar ontmoeten ze ook engelen, maar deze 'soorten', zo heel dicht bij God, hebben wél vleugels. Ze worden ook geen 'bode' genoemd, maar 'cherubim' genoemd, en één keer 'serafim'. De beschrijvingen van een cherub zijn telkens weer een beetje anders, ook hier hebben de beelden vooral een symbolische betekenis, en die zal per situatie natuurlijk verschillen. Maar één ding hebben die twee soorten gemeen: zij tonen zich altijd mét vleugels. Soms wel vier, of zes. En ze kunnen wel duizend ogen hebben! Prachtig symbool, toch? Deze engelen kunnen, blijkens die ogen, naar alle kanten Gods schepping zien, en weten dus wel 1000x meer… En zo laten de vleugels zien hoe ze niet, als wij, beperkt en gebonden zijn, ze kunnen zonder probleem gaan waar ze geroepen worden. Zo valt er nog wel meer over te vertellen, maar hier ging het even over de symbolische betekenis, hoe belangrijk dat is voor het uiterlijk van engelen zoals ze ons getoond worden. Zo hoeven ze er dus niet ‘echt’ uit te zien...

Eigenlijk worden we door de kunst een beetje op het verkeerde been gezet. Talloze kunstenaars hebben hun best gedaan om al die bijbelse beelden vorm te geven, wetend dat het nooit een portret kon zijn, er viel niets ná te schilderen of te beeldhouwen... Ik bedoel maar: hoe schilder je duizend ogen? Of een engel die als een gewone man verschijnt? Voor dat laatste vond men meteen al een simpele oplossing: dat doe je door ze altijd allemaal vleugels te geven. Wie weet, hebben engelen in hun verschijningen in ná-bijbelse tijden zichzelf wel een paar prachtige vleugels aangemeten, om aan ons beeld tegemoet te komen! Of waren de verschijningen toen afgelopen? Er zijn theologen geweest die dat in volle ernst beweren. Maar dat hoort niet meer bij de bijbelse- maar bij de kerkgeschiedenis. 

_________________________________________________________-

Wil je reageren, of heb je een vraag? Mail me dan!